In het pittoreske Vlkolínec is het aantal inwoners in dertig jaar gehalveerd tot amper veertien zielen. Zij voelen zich gevangen in een openluchtmuseum waar jaarlijks 100.000 bezoekers doorheen trekken. “UNESCO heeft van ons een toeristische dierentuin gemaakt,” klinkt het bitter.
Het lijkt op het eerste gezicht een droom: wonen in een sprookjesachtig bergdorpje in Midden-Slowakije, erkend door UNESCO als werelderfgoed. Maar voor de handjevol overgebleven bewoners van Vlkolínec is die droom allang verstomd. Wat ooit bedoeld was als bescherming van hun unieke leefomgeving, voelt nu als een verstikkende dwangbuis.
Van levend dorp naar toeristisch decor
Sinds 1993 prijkt Vlkolínec op de prestigieuze UNESCO-lijst. De organisatie beschrijft het als een “opmerkelijk intact bewaarde nederzetting van 45 gebouwen met de traditionele kenmerken van een Centraal-Europees dorp.” Het gaat om de meest complete collectie traditionele blokhutten uit de regio, typische constructies die je vaker aantreft in bergachtige gebieden.
Maar erkenning heeft zijn prijs. Waar dertig jaar geleden nog 28 mensen permanent in het dorp woonden, zijn dat er nu nog maar veertien. Tegenover hen staan jaarlijks maar liefst 100.000 toeristen die het dorpje komen bewonderen – een verhouding van ongeveer 7.000 bezoekers per inwoner.
“Ze fotograferen door onze ramen”
Het probleem zit hem niet zozeer in de aantallen alleen, maar vooral in het gedrag van bezoekers. Inwoners klagen over grensoverschrijdend gedrag: toeristen die stiekem door ramen naar binnen gluren om foto’s te maken, privétuinen betreden alsof het openbaar gebied is, en zich algemeen gedragen alsof ze door een openluchtmuseum lopen in plaats van een bewoonde gemeenschap.
“UNESCO heeft van ons een toeristische dierentuin gemaakt,” vertelde een bewoner aan de Britse krant The Mirror. Het dorpsleven wordt “verplet” door de mensenmassa’s, aldus de gefrustreerde local.
Strikte regels, weinig leefbaarheid
Anton Sabucha, de oudste inwoner van Vlkolínec, wijst op een ander pijnpunt: de strenge UNESCO-regelgeving die het dagelijks leven bemoeilijkt. Gewassen verbouwen? Huisdieren houden? Allemaal onmogelijk geworden door de restricties die bedoeld zijn om het authentieke karakter te bewaren.
“Zorg dat ze ons van die UNESCO-lijst afhalen,” zei Sabucha tegen het vakblad Travel Tomorrow. “Dan zouden we beter leven.”
Erfgoedexpert Miloš Dudáš wijst op de paradox: juist het feit dat Vlkolínec een bewoond dorp is en geen verlaten “openluchtmuseum” maakt het waardevol. Maar door de UNESCO-status dreigt het precies dat te worden: een decor zonder echt leven.
UNESCO wijst ook naar andere oorzaken
Toch is het te gemakkelijk om UNESCO alle schuld te geven. De organisatie erkent weliswaar dat het dorp “kwetsbaar is voor de effecten van toerisme”, maar wijst ook op een ander fenomeen: de toename van tweede-huizenbezitters die panden kopen voor recreatieve doeleinden. Die trend draagt eveneens bij aan de leegloop van permanente bewoners.
Het is bovendien niet zo dat elke UNESCO-erkenning tot problemen leidt. Wereldwijd zijn er talloze bestemmingen die juist lovend zijn over de status. Het Peruaanse Ministerie van Cultuur noemde UNESCO bijvoorbeeld “het enige bevoegde orgaan om de identificatie, bescherming en behoud van cultureel en natuurlijk erfgoed te bevorderen.”
Een groeiend wereldwijd probleem
De situatie in Vlkolínec past in een breder patroon dat we de afgelopen jaren steeds vaker zien: populaire bestemmingen die kreunend onder de toeristische druk. Van Venetië tot Barcelona, van Dubrovnik tot IJslandse naturgebieden – overal worstelen gemeenschappen met de keerzijde van populariteit.
Toerisme kan inderdaad wonderen doen voor kleine gemeenschappen, zeker economisch. Maar de afgelopen jaren hebben pijnlijk duidelijk gemaakt dat succes bij internationale reizigers een tweesnijdend zwaard is. Wat begint als welkome aandacht en inkomsten, kan eindigen in een verlies van leefbaarheid en identiteit.
Wat nu?
Of Vlkolínec daadwerkelijk zijn 33 jaar oude titel kwijtraakt, blijft vooralsnog onzeker. De campagne van bewoners om hun UNESCO-status in te leveren is uitzonderlijk – meestal vechten gemeenschappen juist voor zo’n erkenning.
De vraag is of het schrappen van de UNESCO-status het probleem werkelijk zou oplossen. Het dorpje staat inmiddels stevig op de toeristische kaart. De foto’s circuleren op sociale media, de locatie staat in reisgidsen. Die stroom bezoekers zal niet zomaar opdrogen, ook niet zonder officieel UNESCO-label.
Misschien ligt het antwoord niet in het afschaffen van de status, maar in betere regulering van bezoekersaantallen, duidelijkere gedragsregels voor toeristen en meer flexibiliteit in de voorschriften die de leefbaarheid voor inwoners belemmeren. Want wat heeft het voor zin om een levend dorp te beschermen, als je bewoners daarbij wegjaagt?
Voor stadstripmakers die Vlkolínec op hun bucketlist hebben staan: ga vooral, het is ongetwijfeld een bijzonder plekje. Maar besef wel dat achter die pittoreske gevels echte mensen wonen die net als jij recht hebben op privacy en rust. Misschien is dat wel de belangrijkste les die deze Slowaakse wooncrisis ons leert.





